De reiziger

Lang geleden ben je op reis gegaan en op je reis ben je van alles tegengekomen. Je hebt alleen gereisd en hebt de eenzaamheid ontmoet. Je hebt met anderen gereisd en hebt de pijn van het afscheid gevoeld. De warmte van de zon en de kilte van de herfst. Je hebt gelopen, gelachen, gehuild, gerend. Je hebt ontdekt, verbaasd, genoten. Je hebt geleefd.

Nu ben je aangekomen en klop je op mijn deur. Ergens in je leeft nog een vraag.  In de ontvangst ben je welkom. In de ontmoeting start een nieuwe reis.

Kijk in de spiegel,
Zonder spijt, zonder verdriet.
Kijk naar het beeld van jezelf.
Zonder gedoe, zonder opsmuk.
En zie hoe het is voor jou.

 Kijk door de ogen van de wereld.
In de stilte van het weten,
Daar waar ogen elkaar ontmoeten,
Geef je nieuwe betekenis
Aan het verleden en de toekomst.